Meditatie van de week

De blindgeborene genezen!

n.a.v. Johannes 9 : 1 en 25b *

HET ZIEN VAN JEZUS
Ik krijg de sterke indruk dat de omgeving deze blindgeborene slechts ziet als ‘een geval’.
De discipelen en Joodse kerkelijke leiders zien hem zelfs als ‘theologisch probleemgeval’.
Wánt: zijn blindheid roept geen medelijden, maar vrágen op! Zijn genezing doet dat méér.
Daar wordt wat tijd (léés: vérzen) aan besteed! Blinden telden in die tijd toch al niet zo mee.
Anders dan vandaag. Zij behoorden tot de verworpenen, de afgeschrevenen van de samenleving.

Zij moesten zélf maar zien rond te komen. Daarom zag je er toen her en der ook zoveel bedelen.
Letterlijk hun hand ophouden! Vaak zaten ze dan bij de tempel. Zeg nu: bij de hoofdingang Sion.
Dat was bij de blindgeborene óók zo. In Johannes 8 : 59 staat dat Jezus uit de tempel kwam.
En terwijl Hij daaruit wegloopt, zág Jezus iemand die blind was van de geboorte af (vers 1).
Dat eerste vers, waar deze woorden staan, is ten diepste de sleutel tot de andere veertig verzen.

Ik bedoel: aan de genezing van de blindgeborene gaat het ZIEN van de Heere Jezus vooraf!
Dáár begint het mee! Trouwens: nóg steeds: alle gééstelijk zien begint met het zien van Jezus.
Wánt: Jezus ziet geen 'geval' aan de kant van de weg zitten. Laat staan: 'theologisch probleemgeval'.
Maar een méns. Een méns van vlees en bloed. In dit geval: iemand die blind was van de geboorte.
Als de Heere Jezus ziet, ziet Hij een méns. Een méns in nood. Daar kijkt Hij niet overheen.

HET ZIEN VAN DE BLINDE
Dát is het uiteindelijk waar het in deze geschiedenis om draait in Johannes 9: om het ZIEN!
Om lícht! En dan niet slechts om licht in onze ogen, maar om licht dat schijnt in onze harten.
Hoe is het met het zicht in onze ogen? Dan bedoel ik natuurlijk niet of je ogen achteruitgaan. En dat we aan
een bril toe zijn. En hoognodig een keer naar Pearl of Eye Wish toe moeten. Maar wel of het al tot het zien
van Jezus kwam? Daar waar Jezus op uit is: ons áller leven!

Wat zien we in Johannes 9 bij déze man? Dat zijn zicht al hel-derder wordt. Het gelóófszicht.
Het zicht op Wíe de Heere Jezus is. Dát geloofszicht gaat in deze verzen méér en méér open.
Ik laat het u en jou zien. Kijk maar mee. In vers 11a is het nog: Een Mens, genaamd Jezus.
In vers 17b/c zegt hij: Hij is een Profeet! In vers 32: Iemand Die de ogen van de blinden opent.
In vers 36 spreekt hij, in antwoord op een vraag van Jezus, zijn verlangen uit om te geloven!

Om dan vervolgens in vers 38 te belijden: Ik geloof, Heere! En daarop Jezus te aanbidden.
Door de knieën te gaan voor de Heere Jezus. Een ontwikkeling in het zien van deze man.
In ‘t zien van Wíe Déze Kundige Oogarts is! Raar gezegd: dat raakt in een stroomversnelling.
Van het zien met de fysieke ogen komt het tot een gelovig zien en overgave aan de Heere Jezus.

Ogen die geopend worden onder de prediking. Opeens zien we door de Heilige Geest wie wij zijn.
Blind! Alleen maar oog voor onszelf! Géén oog voor het vol-brachte werk van de Heere Jezus.
Maar mét dat Hij onze ogen opent, wordt het: Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie!
Eén ding weet ik: dat ik Hem niet nodig had. Niets in Hem zag. Maar nu?! Hij is mij lief.
Ik zie Wie Hij is. Ik groei al méér en méér in Jezus. Wat een Licht in Hem. Stil aanbid ik.

E. de Mots.
* fragment uit de preek van zondagmorgen 17 september in Sion.
Meditatie
Elke week schrijft een predikant van de Hervormde Gemeente Rijssen een meditatie voor het kerkblad. Deze meditatie willen we ook graag hier op de website met u delen.

Meditatie van deze week:
Geschreven door ds. E. de Mots
predikant wijk 3